DOKI DOKI

Mijn belevenissen als uitzendstudent in Japan

Eindelijk les 25 oktober 2007

Ingedeeld onder: Dagboek — Hans @ 18:0
Tags: , ,

Het heeft een tijdje geduurd maar eindelijk zijn de lessen begonnen. Vorige keer heb ik verteld over een plaatsingstest. De resultaten van de test vielen goed mee. De punten werden verdeeld in vier categorieën, voor kanji (Japanse karakters) zat ik in het hoogste niveau, voor grammatica in het op een na hoogste niveau. Toch moet ik dit alles wel relativeren, de vragen waren namelijk ‘multiple choise’ vragen. Dit maakt de test niet zo heel relevant, ik had een A voor kanji maar eigenlijk kan ik maar een paar honderd kanji werkelijk schrijven, dus niet bepaald relevant. De resultaten van die test bepalen dan ik welke groep ik terecht kom. Uiteindelijk zit ik dan in de op het een na hoogste niveau. In dit niveau ben ik verplicht een aantal lessen (10u30’) verplicht te volgen. Spijtig genoeg gaat alles nogal traag in die lessen, niet dat ik alles al weet, maar ik ben toch wel een ander tempo gewoon in Leuven. Ik heb ook een paar lessen van een niveau hoger meegevolgd, en die zijn dan weer een beetje te moeilijk. Maar al bij al ben ik best tevreden.

Naast die verplichte lessen heb ik vooral gekozen om andere taallessen te volgen. Daarnaast volg ik nog 2 lessen in het Engels, een over Japanse economie en een andere over politiek. Misschien ga ik nog een les volgens in het Japans, maar ik wil ze dan ook wel kunnen verstaan. Als ik een tekst moet lezen is het niet de bedoeling dat ik een paar dagen bezig ben met de vertaling, anders kan ik beter een Japanse taalles volgen.

Foto’s

Ik heb al een paar foto’s op een online album geplaatst. Later volgen er nog meer.

Het hotel

Katsuonji – Boeddhistische tempel

   
 

Eindelijk Internet 14 oktober 2007

Ingedeeld onder: Dagboek — Hans @ 15:0

Zojuist nog eens alle berichten doorgenomen van iedereen. Het is leuk te weten dat er zovelen geïnteresseerd zijn in mijn Japan-avontuur. Dank je!

Eindelijk Internet

Het heeft lang geduurd, maar het is eindelijk gelukt op Internet te geraken. Hoewel dat het de laatste dagen met mijm computer niet meer lukte. Dan denk je Japan het land van de elektronische snufjes, daar zal ik overal wel op een draadloos netwerk kunnen, niet dus. Er is een draadloos netwerk, maar dat is enkel bereikbaar in de buurt (buiten, niet binnen) van een paar lesgebouwen en dan nog is het signaal zeer zwak. Ik heb zelf een nieuwe netwerkkaart moeten kopen omdat diegene die in men computer zat, het netwerk niet kon oppikken. En dan is er nog een computer lokaal, het heeft anderhalve week geduurd eer we daar binnen mochten. Het ergste was dat ze geen enkele reden hadden om ons daar niet binnen te laten. Elke kaar kreeg ik een ander excuus te horen. We hadden een paswoord gekregen voor het internet, bleek dat paswoord enkel te werken op de andere campussen van Osaka university. Dan heeft het nog een week geduurd dat we een paswoord kregen voor de computers van het netwerk van de campus waar ik zit. Van internet op de kamer is er geen sprake, nee nee. Als we in het weekend Skype willen gebruiken, moeten we maar buiten met ons laptopje gaan zitten.

Het hotelhet hotel

Het was eigenlijk best wel o.k. voor zijn geld. Er was airco op de kamer. Een badjas en slippers waren er ook. Bovendien was het in het centrum. Op een kwartiertje was ik in Nipponbashi of Namba (wijken met veel restaurants en vreemde winkels). Op die dag dat ik op hotel verbleef heb ik eigenlijk niets noemenswaardig ngedaan. Ik ben een webcam en headset gaan kopen in “den den town” (de elektronica wijk), en heb voor de rest rondgelopen en een beetje in de winkels rondgeneusd. En ik had blijkbaar het goede moment uitgekozen, zondag namiddag, laten we zeggen, dat ik niet alleen was.

De dorm

Ik heb veel verhalen gehoord over de erbarmelijke toesten in de dorm. Het goede is dat ik niet in die beruchte dorm zit, maar in een ander moderner gebouw. De Kamer valt best mee, ze is niet te klein en ik heb airco en een badkamertje met wasbak en toilet. De rest van het gebouw is een andere zaak. De keuken was enorm smerig, ik ben een volle dag bezig geweest met het kuisen van de keuken en dan ziet ze er nog vies uit. Dan spreek ik nog niet over de schimmels die het gebouw bevolken. Maar ja, ik mag toch nog best van geluk spreken in dit gebouw te zitten, dus eigenlijk mag ik niet klagen.

Ik zit op het gelijkvloers van een gebouw met 6 verdiepingen. De meisje hebben weeral geluk zijn zitten bovenaan en hebben een prachtig zicht over de stad, zeker ’s nachts. Ik zie enkel bomen en stuiken. En ook heel veel beestjes. Het is niet dat ik bang ben van een paar insectjes of spinnen. Maar 10 cm grote spinnen met fluo groene strepen zijn toch ook niet mijn vrienden. Als je met gedimd licht ‘s nacht aan je bureau zit te schrijven en er komt zo een kanjer gepasseerd sta je snel op je stoel hoor! En die zijn dan nog klein, naar het schijnt ziftten hier spinnen die qua grootte niet moeten onderdoen voor een pizza.

Op het gelijkvloers zitten we met z’en vieren. Een Deen, een Oostenrijker, een Braziliaan en ik. Buiten de Braziliaan zijn voorliefde voor aangebrande ui, vallen het allemaal goed mee. Er zitten zowat mensen van over de hele wereld. Maar vooral Aziaten uit Korea, China, Thailand en Vietnam. Ik heb nog niet met iedereen contact gehad, maar ben al wel een paar keer weggeweest met de Koreanen. Ze spraken wel bijna geen engels, maar wel zeer goed Japans, dus goed om men Japans te oefenen. Ja eigenlijk heb ik nog niet veel Japansers ontmoet, dus momenteel doen de Koreanen dienst als surrogaat Japanners. J En ik verschiet er telkens van hoeveel dat Koreanen en Japanners gemeen hebben. Japanners hebben altijd de neiging om te zeggen dat ze zo uniek zijn etc. Maar dat is eerder een waanidee. Wel moet ik erbij zeggen dat het de Koreanen zijn, die veel dingen van de Japanners overnemen.

Osaka

Ik moet eigenlijk toegeven dat Osaka de stad was waar ik het liefste studeerde, maar eigenlijk heb ik nog geen moment spijt gehad hier te zitten. Ik heb zo een beetje het gevoel dat het hier allemaal een beetje losser aan toe gaat dan in Tokio. Ik voel me hier wel best thuis in deze stad. Ook spreken ze hier een sappig dialect dat ik zo snel mogelijk onder de knie wil krijgen.

De unief

Man man man, dit is volgens mij een van de slecht georganiseerde universiteiten in Japan. Van alles dat gepland is, wordt uitgesteld of afgelast. Overlaatst had ik een afspraak met men academisch adviseur, professor Kato, ik heb een uur gewacht en hij is niet opgedaagd. En blijkbaar is dat hier niet abnormaal.

Het leven op de unief begint hier bijna zijn gangetje te gaan. De lessen starten deze week. Ondertussen heb ik mijn plaatsingstest ook gehad, de resultaten van de test bepalen in welk niveau ik de lessen Japans kan volgens. Dus hopelijk heb ik die test goed gedaan zodat ik in het juiste niveau terecht kom. Ik hoop dat de lessen Japans meevallen. Want ik dacht dat ik ook lessen kan volgen die voor de gewone studenten zijn bedoeld, maar blijkbaar geld dat enkel voor de hoorcolleges en niet voor de interactieve lessen. Want ik wou de les Koreaans voor beginners volgen, maar dat mocht om een of andere reden niet. Ik heb het nog eens geprobeerd en het is o.k. als ik naar de les ga, maar ik kan het vak niet in men programma opnemen. Wel spijtig.

Katsuoji

Aangezien we aan de rand van de bergen zitten, moest ik natuurlijk is een keertje de bergen intrekken om daar een kijkje te nemen. Hier wat foto’s en weetjes.

Er zijn nauwelijks wandelpaden in de bergen rond Osaka. We moesten dan ook gewoon naast de weg lopen.

De snelheid van de auto deed me twijfelen of ze werkelijk wel km/h gebruiken en niet m/h, de maximum snelheid was 40 maar iedereen reed een stuk sneller.apen

Wat mij ook verbaasde was het afval. Op staat zie je hier nauwelijks afval. Een sigaret gooi je dan ook niet op straat maar, bewaar je in een draagbare asbak. Maar in de natuur is het blijkbaar wel o.k. om alles weg te gooien. En dan ook alles, ik heb zelfs copmputetmonitors in bomen zien hangen. En niet af en toe, maar de hele weg naar de tempel lag vol afval, een zeer treurig zicht.

Eerder heb ik al verteld over de apen die in de bossen zitten. Op weg naar de tempel zagen we 2 apen de weg oversteken, het was de eerste keer dat ik apen in het wild zag, dus best wel spectaculair. Aan de kant, van waar de apen van kwamen zaten er nog 2, toen we die aan het fotograferen waren, kwam er opeens een van de apen die zojuist was overgestoken schreeuwend op ons afgerend. We hadden dat helemaal niet verwacht en schrokken ons dood. Die aapje reiken maar tot mijn knieën, maar toch. Op 2 meter van ons, bleef dat aapje ons aanstaren. Ik denk dat het aapje zelf ook geschrokken was wat, hij wist precies ook niet wat te doen. Wij hebben dan maar rustig de straat over gestoken en hem voorbij gewandeld.daruma

De tempel of heiligdom (ik weet hoe het te noemen) was niet de spectaculairste van Japan, maar het was de eerste keer dat ik een boeddhistische tempel betrad, dus zeker wel de moeite.

Voor de rest heb ik veel gewinkeld, je staat er van versteld hoeveel spullen je eigenlijk nodig heb ik het dagdagelijkse leven. Ook moest ik voor de ziekteverzekering nog naar het ziekenhuis voor een controle. Tot men verbazing was ik verplicht een röntgenfoto te laten nemen. Ik dacht dat ze dat niet zomaar zonder reden deden, maar in Japan blijkbaar wel.

gsm

Ook heb ik een gsm gekocht, alé ja, gekocht ik niet het juiste woord. In Japan neem je een abonnement en krijg je een gsm. Krijgen is misschien ook niet het juiste woord. Ik heb een abonnenment van €20 per maand en kan daarmee voor €10 per maand mee bellen. Dus uiteindelijk heb ik de gsm niet gratis. Maar ik ben er wel best tevreden mee, Japanse gsm’s zijn wel enorm groot, maar ze hebben dan ook een enorm LCD-scherm. Ook kan ik er een aantal leuke dingen mee doen. e-mails verzenden is hier standaard. En een FM-radio is ook niet zo spectaculair. Maar ik kan men gsm zelfs als afstandsbediening gebruiken voor de tv. En dat zonder allerlei codes te moeten ingeven voor het ding eindelijk werkt, zoals bij die universele afstandsbedieningen.

Eten en drinken.

Zoals eerder al bewezen in men bericht over het hotel, is niet alles schandalig duur in Japan. Zo is het ook met eten. Appels kosten hier al snel €0,75 per stuk, maar een kilo bananen kun je hier dan weer kopen voor €0,50. En vis is hier goedkoper dan in België, zelf vis afkomstig uit Denemarken kost hiet minder.

Het bier daarentegen is wel best duur, een blikje bier kost hier een dikke euro, en dan is het nog geen eens goed. Het Japanse bier is veel te zoet naar mijn zin. En de wijn nog veel zoeter. De slechte wijn die ik ooit heb gedrongen, was een flesje Japanse wijn een paar dagen geleden. Ze verkopen hier zelf wijn met toegevoegde suikers, bah!

Je kunt hier een fles kopen voor €2 maar dan is het echt rommel. Voor een goed (te drinken) flesje wijn moet je hier toch wel €6 neertellen.

Het winkelen op zich is al een hele opdracht. Je kunt hiet niet alle producten vinden, die je in de Europese supermarkten vindt, wel zijn er dan weer een hele hoop andere producten. Niet te vergeten dat alles in het Japans is geschreven. winkelen duurde de eerste dagen dan ook 3 keer zo lang als ik gewoon ben.

Dit is zowat een korte samenvatting van de hoogtepunten van afgelopen 2 weken. Ik ga later nog meer foto’s op het internet gooien, maar voor het moment moet je het hiermee stellen. Ah ja, ik heb dit maar nogal haastig geschreven, dus niet letten op de spelfouten alsjeblieft.

 

Kamagasaki 14 oktober 2007

Hier een bericht dat ik al langer wou posten, maar door het gebrek aan internet nog niet hebben kunnen doen. Het gaat over de wijk waar het hotel waar ik verbleef was. Het was ook het eerste dat ik van Osaka te zien kreeg, en het was niet hetgeen ik verwachtte van de stad.

 

Na wat mooie fotootjes van Osaka met bijbehorende impressionante cijfers, gaat het nu over de schaduwzijde van de stad. Begrijp me niet verkeerd, je mag je gelukkig prijzen om te leven in een rijk geïndustrialiseerd land als Japan. Weinigen zijn de uitverkoren die zowat alle kansen krijgen die het leven te bieden heeft. Toch zijn er in een land als Japan ook mensen die uit de boot vallen. Mensen die in het leven een keer een tegenslag hebben gehad, en aan de afgrond van de samenleving zijn beland. Als er een plaats is in Japan, waar dit het meeste zichtbaar is, is het wel Kamagasaki (釜ヶ崎)of Airin-chiku (あいりん地区, wijk der liefde?) zoals de wijk officieel heet. Kamagasaki is niet zomaar een wijk met dronken zwervers. Ongetwijfeld is alcoholisme hier alomtegenwoordig. Hoe zou je zelf zijn, alcohol is hier het enige dat je even laat vergeten in welke situatie je bent beland, of je warm houd is de koude winternachten. Maar de situatie is des te schrijnender, als je de geschiedenis van de mensen van Kamagasaki kent. Deze mensen hebben het land dat in puin lag na de tweede wereldoorlog, helpen opbouwen tot wat het nu is. Zij hebben veel gegeven aan de samenleving, maar hebben weinig of niets teruggekregen. Bedrijven gingen failliet en lieten een hoop zielen achter waarvan hun enige uitweg bestond in de bouwindustrie van Osaka. Zoals wij nog een beetje kennen in de havenarbeid, draait de bouwindustrie van Osaka vooral op dagarbeiders. Maar er is niet zoveel vraag meer naar de constructiearbeiders uit Kamagasaki, en velen kunen slecht enkele dagen per week of vaker per maand werken. Geld voor een woonst is er niet, dus rest hun enkel nog een plaatsje in de goot onder een brug of het park. Desondanks zijn de inwoners van Kamagasaki trotse mensen. Op internet heb ik een foto gevonden met volgend onderschrift, beter zou ik de sfeer van kagamasaki niet kunnen beschrijven:

 

The day that I first met my bearded friend (to the left), he walked up to me, and shook my hand. Then in perfect Queens English and with a sharp eye told me “Don’t underestimate me, I may be dressed in rags, but my mind is still sharp, and I haven’t lost my dignity. Now, close your gapping mouth and take a photo of me and my friend”. He was found dead on the street on a cold winter day, a few months after this photo was taken.

 

Mocht deze foto je aanspreken, kan ik je zeker een bezoekje naar de site van de fotograaf aanraden.

Eerder vertelde ik, dat het het hotel waar ik verblijf in een minder goede buurt van Osaka is gelegen. Die minder goede buurt is Kamagasaki. Vroeger verbleven de dagarbeiders meestal in doya, goedkope primitieve herbergen zeg maar. Later zijn deze doya bekend geworden bij de back-packers, en zijn er nu een groot aantal iets modernere doya’s gekomen die uitsluitend door toeristen worden bevolkt.

 

Ik leef nog! 14 oktober 2007

Ingedeeld onder: Dagboek — Hans @ 13:0

Ja, het heeft een tijdje geduurd, maar eindelijk ben ik met men laptop op het Internet Geraakt. Ik ga morgen een uitgebreider bericht en foto’s posten. Momenteel kan ik al wel zeggen dat alles goed gaat. Halve de problemen die er heersen tussen men computer en het draadloze netwerk. Ik ben er zeker van dat de universiteiten in pakweg Kazachstan een beter netwerk hebben dan de universiteit waar ik studeer.

 

De reis 1 oktober 2007

Ingedeeld onder: Dagboek — Hans @ 2:0
Tags: , , , , , ,

Op zich verschilde de reis naar Japan niet veel met een reis naar een ander land. Hoewel de vlucht naar Istambul wel iets speciaal is. Op internet sprak iemand over de unieke sfeer van Turkish airways, en ja, die is er zeker. Het begon al in Zaventem, zowel het Turkse als het Azerbaijaanse Volleybalteam (die allen ook naar Istambul moesten) had hun bagage in het midden van de rij om in te checken “gedropt”. En dan waren er nog een hele hoop problemen met hun tickets. Ik heb dan ook wel een uur staan aanschuiven. Maar ja, geen probleem. Dan op het vliegtuig: die volleybal teams hadden zoveel bagage bij, dat er niet genoeg plaats was om alles kwijt te kunnen. En dan komt de “Turkse sfeer”, zowat half het vliegtuig begint zich er mee te bemoeien, met een hoop discussies en verplaatsen van bagage tot gevolg. Uiteindelijk, een half uur te laat, is het vliegtuig opgestegen. Op het vliegtuig ben ik aan de praat geraakt met men buur, een Turk die op familiebezoek is geweest in Nederland. Hij sprak best wel goed Nederlands. Toen dat ze met drank kwamen vroeg ik wel bier ze bij hadden, Efes was het antwoord. Ik nam er maar eentje, mijn Turkse vriend zei dat het best wel lekker is, “een beetje als Heineken” zei hij. En spijtig genoeg had hij nog gelijk ook. Gortig bier. Dan kwam het eten, vlees, leuk. Ze wisten op het vliegtuig niets van mijn voorkeur voor vegetarisch eten. Het heeft bovendien nog even geduurd voor ze het doorhadden, de helft van de crew sprak nauwelijks Engels. De stewardess vroeg of ik pasta of kip wilde, ik zei vegitarier te zijn. Zij vroeg weer of ik pasta of kip wilde. Ik probeerde rustig uit te leggen dat ik vegetarische maaltijden heb gevraagd. En toen kwam er aan andere helpen. Uiteindelijk bleek bij de pasta geen vlees te zitten, dus dat viel toch al mee. Het was zelfs nog best te eten. Wat later riepen ze om, dat wegens het slecht weer iedereen moet gaan zitten, maar iedereen negeerde dat. Tijdens het dalen werd het nog eens gezegd, maar er blijven een paar gewoon over hun stoel hangen, om met diegenen die achter hun zit te praten. 10 min voor het landen besluiten ze toch maar te gaan zitten. En de stewardessen blijken dit perfect normaal te vinden.

Omdat we te laat zijn vertrokken in Brussel was ik natuurlijk ook te laat in Istambul. Daar moest ik eerst nog met een busje naar de arrival-terminal, om daar mijn ticket op te halen, en dan naar de vertrekhal. Mijn volgende vlucht was ondertussen al in een uurtje, dus ik had nog wel wat kunnen eten, maar ik had meer nood aan nicotine, dus ben ik maar voor een sigaret gegaan. In Istambul mocht je aan de gate nog roken, dat viel al mee. Maar ik had geen aansteker bij, omdat ik er van Turkisch airlines geen mocht meenemen. Ik ben dan maar vuur gaan vragen aan de Japanners. Ik had al van de eerste keer prijs. In het beleeft Japans vroeg ik aan een man, die Matsura bleek te heten, een vuurtje. Hij bood me een doosje lucifers aan, en hup met die sigaret. Natuurlijk vond Matsura-san het zo leuk dat ik Japanse praatte, dat hij gewoon bij mij aan de tafel is komen zitten. Hij vertelde me dat hij ooit in Luxemburg had gewerkt. En wou hij zijn zoon voorstellen die in Nederland iets met geneeskunde heeft gestudeerd. Best wel sympathieke mensen. Natuurlijk moesten er naamkaartjes worden uitgewisseld. Maar die heb ik niet, dus werd het maar een stukje papier. Hij benadrukte dat, als ik last zou hebben van een cultuurshock, ik altijd mag bellen. Ik weet niet echt wat ik daaronder moet verstaan, maar ja, ik zal zijn kaartje toch maar bijhouden. Dan op het vliegtuig zat ik tussen 2 Japanse meiden in die bijna de hele tijd hebben geslapen. Wat zeer vervelend was, omdat ik diegene links van mij steeds moest wakker maken als ik eens wou opstaan. Wat ik dan ook niet veel heb gedaan.

Op de luchthaven moest ik door de paspoort controle. Er stond aangegeven dat de buitenlanders ergens anders moesten aanschuiven, maar ik zag niet waar. Er was op dat moment zoveel volk dat de doorgang naar het gedeelte voor de buitenlanders vol Japanners stond, En toen kwam Matsura-san daar ineens tevoorschijn, die was me speciaal was komen zoeken om me naar de juiste plaats te brengen. Toen ik daar stond aan te schuiven, ben ik nog aan de praat geraakt met een Nederlander uit Curaçao. Hij was op weg naar een conferentie. Ook hier hadden naamkaartjes handig geweest. Maar toch weeral een kaartje bij.

En dan met de trein naar het hotel, na bijna 15 uur in beesten-class te hebben gezeten, was het ritje met sneltrein naar Osaka een verademing. Eindelijk rust, slechts 3 man in de wagon waar ik zat, en vooral veel beenruimte. De 200 yen (€1,30) voor de upgrade naar eerste klas was zijn geld dubbel en dik waard. De halte waar ik moest afstappen, een paar 100 meter van het hotel, was een heel andere wereld. Kamagasaki, zo heet de wijk, is zowat Japans meest bekende sloppenwijk. Mensen die op straat slapen, in kartonnen dozen of zelfgemaakt hutjes, zijn hier doodnormaal. Maar daarover morgen meer.

Wist je dat? (Een aantal minder bekende weetjes over Japan):

  • Op de Japanse tv echt programma’s bestaan, waar het draait om wie de meeste bananen kan eten?
  • Iemand van 35 kg, er in slaagde voor meer dan 7 kg bananen te eten?
  • Zelf de douche in het hotel een display en knopjes heeft?
  • Ik nu weet waarom er toiletten met ingebouwde bidet bestaan? Het toiletpapier in het hotel en op de luchthaven slechts uit een laag bestaat, daarom zelfs een bidet met veel knopjes waar je niets van afweet veiliger is, en best wel aangenaam!
  • Japanse vrouwen echt niet met hakken kunnen lopen, en ze het toch bijna allemaal doen?
  • Dat er Japanse meiden rondlopen die wel een halve centimeter rommel op hun nagels hebben geplakt?
  • Enorm veel Japanse mannen hun wenkbrauwen epileren?
  • Japanners echt niet het gedisciplineerde volk zijn dat iedereen denkt? In Osaka blijft meer dan de helft niet wachten voor een rood licht als er geen verkeer is.
  • Ze hier hele vieze reclame hebben voor zalf tegen kloofjes in de huid boven je knokkels in je vingers?
  • Dat er in het kraanwater hier in Kamagasaki, zoveel chloor zit, dat het bij het douchen lijkt dat je in een zwembad bent? En het enorm irriteert aan de ogen?
  • Ik mijn mond na het tandenpoetsen daarom spoel met Evian?
  • Je ook op de fiets kunt buigen?
  • Ik er zeker van ben dat je binnen de Osaka loop line (een cirkel die een aantal treinstations met elkaar verbindt) nergens meer dan 50 meter moet lopen naar de dichtstbijzijnde drankautomaat.
  • Het nog geen eens een halve dag heeft geduurd eer ik de eerste cosplay-meisjes ben tegengekomen.
  • Ik weet waarom Japanners hun sigaret zo snel wegdoen? De filter van een Japanse sigaret is de helft langer dan een Gauilloises, dus sneller op.