Ik had het al aangekondigd in men vorig bericht: de (studie)reis!
Donderdag en vrijdag ben ik naar de noordwestkust van Japan geweest. Het was een reis georganiseerd (en gesubsidieerd) door de universiteit. We zijn donderdag ochtend met de bus vertrokken, de reis was niet zo heel interessant, omdat het zicht vanop de autosnelweg eerder saai te noemen was. Na een uur of 4 zijn we gestopt bij de “Eiheiji” (de tempel van de eeuwige vrede, 永平寺). Het is een van de grotere boeddhistische tempels van het land. De tempel was echt wel de moeite waard, zeker nu de bladeren van de bomen hun herfsttinten hebben gekregen.
Daarna zijn we naar het hotel gegaan. Het hotel was een traditioneel Japans hotel (ryokan). Wat dus betekent dat je op een futon slaapt. In het hotel was ook een onsen (warmwaterbron). Bijna iedereen bleek het geweldig te vinden, maar eigenlijk was het voor mij niet veel meer dan een bad met warm water. Volgens de traditie moest je er een keer voor het avondmaal, na het avondmaal en in de morgen in gaan. Maar na een keertje een kwartier in het warme water te hebben gezeten, had ik het toch wel gehad.
Het eten in het hotel was geweldig. Een uitgebreid Japans diner en ontbijt waren inbegrepen in de prijs. En zeker de moeite waard. Het diner alleen al kostte meer dan wat we hebben betaald voor de hele reis.
Foto’s volgen later
De dag daarna zijn we met een aanzienlijke kater naar een zogenaamd “traditioneel Japans dorp” geweest. Eigenlijk was het een soort van park met souvenirwinkels. En niet een paar winkeltjes, maar alleen maar winkels met “Japanse producten” (Hoewel dat op de onderkant wel “made in China” stond geschreven).
Vervolgens zijn we naar zee gegaan, om daar een rotsformatie te bezichtigen. Deze stond bovendien bekend als de meest befaamde zelfmoordplek van de regio (dit is Japan weet je). Het was best wel de moeite, wel een beetje veel wind.
Ja het is aan de foto’s te zien, ik moest dringend naar de kapper. Een vriend van een vriendin van een Koreaans meisje van bij mij op kot runt een zaak. Dus ben ik samen met dat meisje gegaan. Ze vertelde me pas later dat het aan de andere kant van de stad was, en het dus anderhalf uur duurde voordat we er waren. En dan nog maar te zwijgen over de snelheid van de kapper. Bij mij heeft het een uur geduurd bij haar anderhalf uur. Na bijna 3 uur zijn we maar iets gaan eten en naar huis gegaan. 7 uur later en €50 armer was ik terug thuis, maar wel met een nieuwe haarsnit. Niet dat die zo geweldig is, eerder gewoon te noemen. Maar in een land waar de meeste jongeren gekleurd haar met een permanent hebben, ben ik blij dat ik met een normaal kapsel buiten kwam.
En bij een nieuwe haarsnit hoort natuurlijk een nieuwe outfit. Dus zondag ben ik gaan shoppen met twee Koreaanse meiden. Wat uiteindelijk best wel meeviel, wat een geluk dat ze bijna aan hun visa-kredietlimiet zaten. We waren naar het grootwarenhuis geweest met de meer “trendy kleding”. Maar wat trendy in Japan is, is voor ons knotsgek, best wel interessant. Volgende keer neem ik zeker mijn camera mee. Nadien zijn we gaan eten in (hoe kan het ook anders) een Koreaans restaurant. Koreaans eten is normaal heel pikant, maar hetgeen ik heb gegeten was eigenlijk helemaal niet pikant. Ik weet niet meer hoe het heette, maar het was een gloeiend hete kom, met rijst, groeten en een ei, dat je zelf al roerend bakte. Best wel o.k. Ook hier heb ik geen foto’s van.
Dat was zowat mijn weekend. De rest van de week niet veel speciaals. Vrijdag komt er wel een zware dag. Eerst moet ik een presentatie geven (Gelukkig niet in het Japans, maar in het Engels). Ik ga praten over de België, ja niet over Japan. Waarschijnlijk vooral over de staatsstructuur en de economische aspecten van een theoretische splitsing. En dan een veel te moeilijke kanji test, waarvoor ik kanji moet leren die veel Japanners nog niet eens kennen. (Zoals 虞 enz.) Maar ja, Shaanainaa (niets aan te doen, しゃあないなあ), zoals ze hier in Osaka zeggen.